Nog meer over Ouagadougou - Reisverslag uit Drachten, Nederland van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu Nog meer over Ouagadougou - Reisverslag uit Drachten, Nederland van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu

Nog meer over Ouagadougou

Door: Nico Beentjes

Blijf op de hoogte en volg Nico

01 September 2009 | Nederland, Drachten

Nog meer over Ouagadougou

Het is een erg smerige stad. De naam betekent “Plaats van respect”, maar dat wil niet zeggen dat je je handen niet goed moet wassen als je thuis komt en gaat eten – daar werd ik door Aicha nog even fijntjes op gewezen. Als je de kaart van de stad bekijkt, met de luchthaven maar even ten oosten van het centrum (midden in de stad dus), wordt je al snel duidelijk dat maar 5% van de straten geplaveid is – de rest is zand en, in de regentijd, modder met kuilen vol water. Het A-team van de Drachtster stratemakers-brigade zou hier een schone taak voor hen weggelegd kunnen zien.
Het verkeer, echter, loopt een stuk gladder dan in Accra of Kumasi. Er zijn praktisch geen files, hoewel er minstens net zoveel personen vervoerd worden. Dat komt omdat de scooter het voornaamste transportmiddel is. Waarschijnlijk omdat de meeste mensen geen auto kunnen betalen, en wel een scooter, die natuurlijk ook veel zuiniger is in het gebruik. Het is leuk om bij een stoplicht 100 scooters zich te zien verdringen voor de eerste auto, die even toetert als het licht op groen springt, waarna al die scooters zich als een zwerm uit de wielen maken, en natuurlijk iedere vierwieler rechts en links inhalen om weer veel sneller bij het volgende stoplicht aan te komen. Ik hoorde dat ze in Nigeria, in Lagos, zelfs scooter-taxi's hebben. De taxi-chauffeurs in Accra en Kumasi heb ik voor dat idee warm proberen te maken, maar of ze die omschakeling gaan maken.....

Het is dus wel duidelijk waarom Aicha en Mahamoudou de scooter verkiezen. De keren dat ik de taxi moest nemen, duurde de reis, zelfs in Ouaga, aanmerkelijk langer. En de taxi in Ouaga lijkt een beetje op een Ghanese Trotro: Je gaat aan de kant van de weg staan waar verkeer langskomt dat jouw richting opgaat. Als er dan een taxi komt, houdt je die aan en overleg je. Grote kans dat je dan voor 200 CFA (33 eurocent) van de buitenwijk in het centrum belandt. En voor nog eens 200 CFA van daar op je bestemming. Het duurde even voordat Mahamoudou me in 2007 dat systeem had aangeleerd. Deze reis drukte Aicha me op het hart in het centrum niet meer dan 200 CFA te betalen voor een ritje naar de Ghanese ambassade, waar ik heen moest voor een nieuw visum. De taxichauffeur zei: “Hoe weet jij dat, van die 200 CFA?” “Van een zwarte vrouw”, was mijn antwoord. Hij moest lachen!

Over een zwarte vrouw gesproken: Ik werd in Ouaga overal nageroepen met “blanke man!”, net als in Ghana, want ik was zo'n beetje een wandelend wonder. Vanzelf, als je de enige uitzondering in het straatbeeld bent. Dus ik had aan Aicha gevraagd hoe je daarop kon antwoorden in het Mooré, een van de twee inheemse talen die in Ouaga gesproken worden, en dat had ik in mijn hand geschreven. Dus toen ik op een middag naar de markt ging om wat groente en fruit te kopen, was ik goed voorbereid. Ik kocht wat limoentjes en wat tomaten, uien en paprika bij een vrouw, en nadat ik had afgerekend, zei ik: “Ni uwindika, pogsabbelega” (“Goede middag, zwarte vrouw”) tegen haar, met de uitspraak die erbij hoorde. Het effect was enorm! De vrouw was eerst totaal perplex, en barstte toen in vrolijk lachen uit, waarna al haar collega marktverkoopsters ook dubbel lagen van het lachen! In Afrika ligt de lol op straat. Wel een zanderig straatje, maar alléz!

Al die kilometers achter op scooters brachten mij naar verschillende bestemmingen: Naar het Sida-instituut (Sida = Aids in het Frans), naar het “Centre de recherche contre le Paludisme” (Centrum voor onderzoek tegen Malaria), het Tuberculose-instituut en het “Ministère de Santé”, (Ministerie van Gezondheid). Ik heb daar met allerlei vertegenwoordigers gesproken, soms direct met een verantwoordelijke, soms met iemand die in zijn dienst was. Soms hadden ze meteen tijd voor me, soms moest ik de volgende dag terugkomen omdat de persoon bezet was. Maar ze hebben allemaal een kopie van het DVD-tje op hun ordinator (computer) gekregen, alle relevante info in het Engels, en in het Frans als ik die had, en ik heb er ook voor gezorgd dat ieder persoon waarmee ik sprak een flesje met het malaria-middel kreeg, met de gebruiksaanwijzing en duidelijke verbale instructies, voor privé-gebruik. Genoeg voor minstens 50 personen. Ik wilde dat ik twee jaar geleden op dat idee gekomen was – wat voor betere manier kan je nog bedenken om mensen van de effectiviteit van een middel te overtuigen dan het ze aan den lijve te laten ondervinden. Laat ze het maar eens geven aan een ziek kind met malaria, en merken dat het na een uurtje al weer redelijk is opgeknapt, en dat de ziekte inderdaad niet meer terugkomt! Dan ben je óm als ouder, dan kan ik je wel vertellen. En als het malaria-middel werkt, dan werkt het aids-middel en het tuberculose-middel misschien ook wel! En misschien komen ze dan in beweging en ondernemen actie.
Wat wel opviel, was dat het eerste wat ze vroegen altijd was: “Is het middel officieel erkend?” Naar waarheid vertelde ik ze dan dat dat niet het geval was, en dat ik ook niet zag dat dat ooit zou gaan gebeuren, en waarom niet. Maar dat ik mensen zocht die een klinisch onderzoek konden beginnen en dat ik daarom bij hun op kantoor zat. En dat ik natuurlijk ook wel begreep dat er procedures te volgen waren en bla bla bla. Een andere vraag was steevast of de stichting ook ondersteuning bood. “Geen financiële, maar verder wel alle mogelijke andere ondersteuning, zoals kennis en ideeën voor een klinisch onderzoek. En natuurlijk krijgen jullie net zoveel van de middelen als jullie denken nodig te hebben”. Dat was natuurlijk even een afvaller, want met ondersteuning bedoelden ze geld. Jammer, maar dat hebben we niet. Wel een middel dat alles slaat wat er tot nu toe op de markt is gekomen. Als ik met een grote zak met poen aan was komen zetten denk ik dat ze allang aan het onderzoeken geslagen waren. Dat zei m'n huisarts ook.

Vergis je niet: Een van de bijwerkingen van aidsremmers is een geleidelijke verlamming van de benen, en iedereen die met aidspatiënten werkte en de DVD zag, waarin deze bijwerking wordt aangekaart, herkende deze bijwerking. Als dit werkelijk zo is, zijn ze in Afrika over een aantal jaren nog verder van huis. Dan zijn er misschien wel minder aidswezen, maar hun ouders kunnen niet meer lopen. Dat is voor een Afrikaans gezin en de economie als geheel misschien nog wel een grotere belasting dan wanneer er iemand overlijdt, ik weet het niet. Volgens het DVD-tje beschermt PC1 mensen tegen de bijwerkingen van de aidsremmers, maar als ik het wel heb betekent dat dus dat je voor de rest van je leven PC1 moet gebruiken, want die aidsremmers zijn ook bedoeld om de rest van je leven in te nemen. Dan neem je dus op een bepaald moment PC1 niet meer in tegen de aids, maar tegen de aidsremmers. Dat is het paard achter de wagen.

Aicha vertelde me nog een kippevelverhaal: Een moeder en haar dochter van zes jaar oud kwamen bij haar om het aidsmiddel, want ze hadden de ziekte allebei. Het dochtertje had al drie maanden constant diarree, en wat er ook geprobeerd was om die tot staan te brengen, het hielp allemaal geen fluit. Dus moeder en dochter kregen PC1. 'S avonds namen ze de eerste dosis, en zouden daar drie maanden mee doorgaan. De volgende dag was de diarree van het dochtertje verdwenen!

Dat is een bekende reactie van kinderen op PC1: Vandaag zijn ze ziek, ze krijgen PC1 en de volgende dag zijn ze aan het spelen. Zoals John Fox op het DVD-tje in zijn prachtige Schotse accent zegt: “Especially children react astoundingly well” (“Vooral kinderen reageren verbazingwekkend goed”). Dat is dus wat hij bedoelt: De volgende dag zijn ze al stukken beter! Hangt ook een beetje af van hoe diep de ziekte zit – kinderen die ermee geboren zijn, reageren niet zo snel, zie een geval van een Zuid-Afrikaans babietje in het boek van Peter Chappell.

Maar het verhaal is nog niet af: Dat meisje maakte een ongelofelijke verbetering door onder invloed van PC1, maar bleef wel de aidsremmers doorgebruiken. Aicha heeft zelfs een prachtige brief van de moeder waarin ze haar blijheid en dankbaarheid betuigt – ik krijg nog een kopietje van die brief. Maar na een maand of drie kreeg het meisje een huiduitslag, wat voor de moeder reden was om met PC1 te stoppen. Drie weken later overleed het kind. Een typisch geval van de verkeerde keuze, zo komt het bij mij over. Maar de vraag rijst nu bij mij: Stierf het kind door de bijwerkingen van de aidsremmers? Zit iemand aan PC1 vast als het genomen wordt naast aidsremmers? Wat is er precies gebeurd? Dit ga ik kortsluiten met Peter Chappell en Harry van der Zee.

Ik wilde nog de provincie in, zoals ik al schreef. Maar door een bezoek aan het “Centre d'acceuill de Notre Dame de Fatima” (het “Ontvangstcentrum van onze vrouwe van Fatima”), de grootste aidskliniek van het land, kwam ik op een ander spoor:
Ik was daar in 2007 ook geweest, maar had bijzonder weinig tijd. Ik had twee flessen met PC1 achter gelaten bij Père (of was het nou Frère?) Edmond, een bijzonder vrome verpleger, maar geen arts, dus niet de eindverantwoordelijke. Kortom: Met die twee flessen, waar ze gauw 600 mensen mee hadden kunnen behandelen, is helemaal niets gebeurd. Ik had nog wat met hem gemaild, maar uiteindelijk werd het niets. Echter: Deze keer was onze vrouwe van Fatima mij zeer welgezind, want Edmond bleek ziek te zijn! Een collega die nét op het punt stond het terrein te verlaten, vertelde mij wat er aan de hand was, en een ander, die nét op het moment dat ik bij de poort van het huis van Edmond kwam, naar buiten liep, ontsloot de deuren voor me en bracht me bij hem.

Wat een mazzel! Hij had malaria! Sommige mensen zit het ook altijd mee! Ik bedoel mezelf, want voor hetzelfde geld was hij twee weken eerder of later geveld door de wisselkoorts – de oude term voor malaria. En hij had ook mazzel, want op mijn voorstel nam hij het middel in. Na een uur ging het hem volgens eigen zeggen een beetje beter, niet spectaculair, maar ik zag zelf ook dat hij er wat minder beroerd aan toe was. Tja, misschien helpt het hem over de streep. Twee dagen later kwam ik langs om te kijken hoe het met hem was (moest ik dus weer van het ene eind van de stad naar het andere, door de prut naar die achterbuurt), maar de Père was gevlogen, hij was boodschappen aan het doen in de stad, of zo iets. Hij was dus duidelijk hersteld!
Maar hij had me de eerste dag wel het telefoonnummer van een collega in Koudougou, 100 km. ten westen van Ouaga, gegeven. Aha! Dat zou mijn eerste contact in de provincie zijn! Père Marc, die collega, bleek ook nog eens een homeopaat te zijn. Niet verkeerd! Toen ik hem een dag later per telefoon te pakken kreeg, bleek dat ik niet eens naar Koudougou hoefde, want Père Marc had les van een Franse Homeopathe sans Frontières, op het terrein van het ministerie van gezondheid, nota bene. Bekend terrein dus! Er heen met de taxi, volgens de beproefde 200 CFA -methode.

Hij stond me buiten het lokaaltje op te wachten en nodigde me uit om de les bij te wonen die nog aan de gang was. Een sympathieke Franse collega-homeopaat was bezig te vertellen hoe je epilepsie met homeopathie kon behandelen, en tot mijn grote verbazing hadden de cursisten de beschikking over dezelfde boeken die bij mij in de kast staan, waaronder een recente uitgave van het Synthetisch Repertorium en een materia medica van Frans Vermeulen. Je kunt je voorstellen dat ik me onder vakbroeders waande. Dat bleek een té optimistische kijk, bleek later. Tijdens de pauze stelde ik voor mijn verhaal te doen tijdens het tweede gedeelte van de les, en hoewel ik aandrong bleek daar geen ruimte voor te bestaan, want ze hadden zich te houden aan het lesschema, ivm. een diploma dat behaald moest worden. Nou ja, dat begreep ik ook wel. Dus verzekerde ik mij van een afspraak met Père Marc laat in de middag.
Tijdens de pauze ontmoette ik nog een andere Franse leraar, die in een parallelklas les gaf, en die ook mijn verhaal aanhoorde. Deze man bleek tamelijk dogmatisch te zijn ingesteld en wilde niets van mijn verhaal weten. Zodra hij hoorde dat ik een middel bij me had dat je aan iedereen met aids kon geven, was ik uit de gratie. De rest van het verhaal wilde hij niet eens meer horen. Terwijl Peter Chappell het in zijn boek toch heel aannemelijk maakt dat PC1 gebaseerd is op Hahnemanniaans denken, dat betekend: écht klassiek homeopathisch. Er staat niet voor niets als motto in zijn boek, het Organon, “Aude sapere” (durf te weten). Duidelijk dat deze man niet durfde. Maar het werd nog erger: Via via kwam ik te weten dat hij me het liefst had laten buitenwerpen. Tsjongejonge, die middelen van Peter Chappell zullen het nog te verduren krijgen! Van de ene kant van de reguliere geneeskunde, maar dat wisten we al, maar van de andere kant van de dogmatische vakbroeders (en -zusters). Ik vrees dat we veroordeeld zijn tot mensen die van geneeskunde, op wat voor manier dan ook, geen snars weten. Gelukkig hebben we een Aicha in Ouaga.

Het bezoek aan Père Marc was ook al niet al te inspirerend: Hij wachtte op me op de afgesproken plaats, samen met een dame met wie hij na een half uur ergens heen moest. Dus ik had maar kort de tijd. Ik begon mijn verhaal, wat hij voortdurend onderbrak met zijn kennis over aids, en hoe gevaarlijk het wel niet was om met de aidsremmers te stoppen. Ik denk meer om de dame tegenover hem te beïndrukken. Hoewel er van zijn kant steeds pressie werd uitgeoefend om op te schieten, deed ik maar net of ik dom was, en ging vrolijk door met mijn verhaal en de DVD. Het kwam op een punt dat hun afspraak verlopen was en ik mijn hele verhaal gedaan had. Dat was tenminste iets positiefs. Op mijn vraag of hij het aids- en het malariamiddel wilde hebben reageerde hij ook niet al te enthousiast: “Als je het graag wilt geven....” Nou, dat was dus bepaald niet van harte! Ik wilde hem een heleboel geven, maar heb hem uiteindelijk maar twee kleine flesjes (wel lieverdjes!) PC1 AM/AF gegeven, en net zoiets van het malariamiddel. Maar in mijn hart geloof ik niet dat hij het spul gaat gebruiken. En wat betreft de afspraak met de dame: Ik denk dat ze hadden besloten samen naar de mis te gaan in de kerk op het terrein.

Volgende keer: Terug naar Ghana

  • 02 September 2009 - 15:08

    Alejandra:

    lieve Nico,

    waneer kunnen we elkaar weer in nederland zien?

    liefs

    alejandra

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Nico

Actief sinds 02 Juni 2009
Verslag gelezen: 611
Totaal aantal bezoekers 55278

Voorgaande reizen:

08 Juni 2010 - 06 Juli 2010

Het aardbevingstrauma in Haiti

05 Juli 2009 - 07 Augustus 2009

Een nieuw middel tegen Aids

Landen bezocht: