De armoede - Reisverslag uit Port-au-Prince, Haïti van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu De armoede - Reisverslag uit Port-au-Prince, Haïti van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu

De armoede

Door: Nico Beentjes

Blijf op de hoogte en volg Nico

30 Juni 2010 | Haïti, Port-au-Prince

De armoede
Die is hier groot. Hoe vaak ik op straat niet benaderd wordt, door volwassenen en kinderen, met het gebaar “honger, geef me wat geld”. Soms geef ik iets, meestal niet – ik kan wel aan de gang blijven. Er zijn een paar mensen die ik een beetje onderhoud. Zo is er hier een man waar ik geen hoogte van krijg. Hij heet John en draag een zakdoek voor z’n mond. De eerste keer dat ik hem ontmoette was dat nog een stofkapje. Volgens zijn zeggen tegen het stof na de aardbeving. Hij spreekt engels en zegt dat hij uit de Verenigde Staten komt. Hij heeft een hotel in Philadelfia en een huis in Washington en zijn eigen bedrijf. Het is allemaal niet waar, natuurlijk. Hij is een beetje aan me blijven plakken, nu ben ik zijn “vriend”. Ik voel wel dat hij ontzettend eenzaam is, dus doe ik gezellig tegen hem en stop hem af en toe iets in de hand. Soms eten we samen iets. Laatst zaten we te eten en vroeg ik hem of hij dorst had. Hij ontkende. Toch zette ik hem wat water uit de koeler voor, en hij dronk het meteen op. Toen hij eenmaal zelf de weg naar de koeler had gevonden blééf hij maar drinken. Z’n armen zijn broodmager.
Vanmorgen was ik in een ander tentenkamp met André – daar gaan we de komende week werken. Het eerste wat de jongeman van het kampcomité vroeg, was of we ook banen voor de mensen hadden. Helaas niet. Maar het zegt veel – de mensen leven van dag tot dag. En soms hebben ze niets te eten. Ik wil ze wel wat toestoppen in dat kamp, maar dan moeten ze iedere ochtend even langskomen, zodat ik kan zien hoe ze reageren op het middel en op de MP3. Ik heb ze 100 Gourds beloofd als ze 4 dagen komen en 200 als ze het 5 dagen volhouden. Ik zal wel net een geplukte kip zijn aan het eind van de week, maar dat is niet erg, volgende week dinsdag ga ik toch naar huis.
Er zijn nog steeds mensen die op straat leven, vijf maanden na de aardbeving. Ik zie ze wel eens op de stoep slapen. Als ik ze wil benaderen waarschuwen Johnny of Salomo me dat die mens gek is. Ze zijn bang voor ze. Ik denk dat je niets van ze te vrezen hebt. Ze zitten alleen met een stempel, en veeg dat maar eens van je persona.
De hulporganisaties hebben een mooi staaltje werk verricht: Er staan overal toiletcabines, die goed onderhouden worden, en regelmatig vindt je watertappunten. Pierre Aliodor zorgt voor zo’n watertappunt. Het is een grote zak waar 15 kuub water in kan, verbonden met een slang die 6 kranen van water voorziet. Twee maal per dag komt er een tankwagen om die zak bij te vullen. Als die twee voorzieningen er niet waren geweest was het hier gegarandeerd op een cholera-epidemie uitgelopen. Toch is er ook kritiek: De niet-gouvernementele organisaties zouden niet veel doen aan het verbeteren van de inkomenssituatie van de mensen. Ik zie wel eens werkploegen met kruiwagens. Je kan zien dat die een tijdelijke baan hebben, ze hebben allemaal hetzelfde T-shirt aan, van de organisatie die ze aan het werk heeft gezet. Hun uitrusting, kruiwagens, pikhouwelen, schoppen en harken, is nieuw. Maar het is tijdelijk, en zij zijn degenen die mazzel hebben. Hoeveel mannen zie ik niets doen en een beetje rondhangen. Heeft ook met hun eigen mentaliteit te maken, natuurlijk. Maar veel uitzicht is er niet op werk. Salomo zit momenteel ook zonder werk, maar die laat zich niet kennen. En ik moet zeggen dat ik zelden zo’n mooi mens heb gezien. De warmte die hij uitstraalt doet me smelten en z’n lach klinkt vaak en aanstekelijk. Dus die komt er wel. Maar stel je voor dat je al jaren in een uitzichtloze situatie zit, en je niet uit die cirkel kunt breken. Dan vergaat het lachen je wel. En dan komt er nog een aardbeving ook.
Het schijn dat 80% van de bevolking in armoede leeft, dus onder de armoedegrens. Ik heb er verder geen zicht op, maar ik kan je wel vertellen dat die grens een stuk lager ligt dan in Nederland. Wij hebben er geen idee van hoe rijk we zijn, maar dat is al vaker gezegd.
Dus als iemand nog wat stil geld heeft liggen, stuur het op naar de bankrekening die ik in het begin al noemde: Nico Beentjes, Drachten, ASN bank 70 73 11 470, onder vermelding van “Haïti”. Het gaat rechtstreeks naar Haïti en niet naar kantoren en dure banen. Ik heb een hotelrekening van 0,0 Euro deze reis – ik slaap nog steeds in mijn tentje tussen de andere tenten hier. Niet dat ik anders zou willen, ik vind het heerlijk in m’n tent en heb totale controle over de muggen. En soms is het zelfs een beetje koel, vooral later in de nacht. Geef mij het tentje maar – het 3000-sterren-hotel!

  • 30 Juni 2010 - 13:27

    Ries Ijsseldijk:

    wat ben je toch een ongelofelijk mooi mens

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Nico

Actief sinds 02 Juni 2009
Verslag gelezen: 384
Totaal aantal bezoekers 55285

Voorgaande reizen:

08 Juni 2010 - 06 Juli 2010

Het aardbevingstrauma in Haiti

05 Juli 2009 - 07 Augustus 2009

Een nieuw middel tegen Aids

Landen bezocht: