Dat was me het weekje wel! - Reisverslag uit Drachten, Nederland van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu Dat was me het weekje wel! - Reisverslag uit Drachten, Nederland van Nico Beentjes - WaarBenJij.nu

Dat was me het weekje wel!

Door: Nico Beentjes

Blijf op de hoogte en volg Nico

13 Juli 2010 | Nederland, Drachten

Dat was me het weekje wel!

André zei op maandagmorgen: “Waarom zouden we helemaal naar Carrefour-Feuille gaan, dat nog verder is dan Pétionville, als we naar een kamp vlakbij kunnen gaan met de naam Solino?” Inderdaad, waarom zouden we ook? Ik voelde me niet al te lekker, ik had iets verkeerds gegeten met diarrhee tot gevolg en had slecht geslapen. Ik moest ‘s nachts nodig naar de WC, en omdat het administratiegebouwtje dan altijd op slot zit moest ik Salomon wakker maken, die altijd in de hoofdruimte slaapt. Dus ik begon op de deur te kloppen en Salomon voorzichtig te roepen, om de rest niet wakker te maken. Salomon kwam niet. Ik klopte harder en riep harder. Geen Salomon. Ik beukte op de deur en schreeuwde. Salomon knorde rustig door. Ik schopte tegen de deur en dreigde de boel af te breken als hij niet snel kwam. Hè, hè, daar rommelde wat en een slaperig koppie verscheen om de hoek. Wat een opluchting! De volgende morgen bleek dat ik de deur zó hard behandeld had dat hij bijna uit zijn scharnieren was geslagen. Dus ik was maandagochtend niet op mijn best, en die deur ook niet.

Dus naar Solino! Het duurde maar 15 minuten om daar met de Taptap te komen, en maar een beetje lopen. We vonden er een schaduwplek onder een zeil waar we konden werken en liepen ook de haan van het kamp tegen het lijf, het hoofd van het kampcomité. Zijn eerste vraag was of onze aanwezigheid ook banen met zich mee zou brengen. Ik maakte hem duidelijk van niet. Hij zei dat morgen een betere dag zou zijn om te starten (natuurlijk!) en dat hij de kampbewoners zou inlichten en een lijst zou samenstellen. Waarom die lijst begreep ik niet, maar vooruit, als hij dat nuttig vond… Omdat ik niet lekker was liet ik het er voor die dag bij zitten, dus we togen weer naar huis.
Dinsdagochtend voelde ik me 100%, we waren om half negen in het kamp en behandelden 101 mensen. 80 daarvan schreven we in, van wie er 30 het middel in druppelvorm kregen, 30 kregen het via een MP3 die Peter Chappell speciaal voor Haïti had gemaakt en 20 mensen kregen placebo, zodat we een controlegroep hadden. Dit was een onderzoekje gedaan op verzoek van Peter. Aan het eind van de week zouden die mensen het middel gewoon in druppelvorm krijgen, dus ethisch leek me dat dik in orde. De overige 21 mensen druppelden we gewoon en schreven we de volgende dag in. Ik beloofde aan het begin aan een klein groepje mensen dat iedereen die vier ochtenden terugkwam 100 Gourds zou krijgen. Ik dacht dat dat een manier zou kunnen zijn om ervoor te zorgen dat er meer mensen terugkwamen dan in Pétionville.
Nadat ik dat gezegd had, nam het hoofd van het comité ons apart om te zeggen dat dat niet zo’n best idee was. Het zou beter zijn als dat geld aan het comité gegeven zou worden. Met andere woorden: Aan hem. Maar dat is niet wat hij zei. Ik wees zijn voorstel beleefd af en zei dat ik begreep dat ik een fout had gemaakt, maar dat ik het geld niet aan het comité kon geven. Toen de ochtend voorbij was kwam hij erop terug en bleef aandringen en manipuleren. Ik verliet het kamp boos en gefrustreerd.

Op woensdag zou ik geïnterviewd worden door de nationale TV, dus ik had aan Pierre Aliodor gevraagd me te vervangen. Ik had hem en André duidelijk instructies gegeven wat ze het blokhoofd moesten zeggen voor het geval hij weer over geld begon. Ik vergezelde hen na ons gezamelijke ontbijt (een ei, twee bananen, een broodje pindakaas en koffie met een sloot melk) naar de werkplek, hielp ze zich te installeren en vertrok naar het TV-station, waar ik een kort interview had van 10 minuten, gedaan in één enkele opname. Het werd ’s avonds uitgezonden tussen 7 en 8 uur, maar dat heb ik zelf niet gezien. André wel. Het duurde maar een paar minuten, zei hij, dus ze zullen wel aardig gesneden hebben in die opname. Later hoorde ik dat ze het op de radio ook hadden uitgezonden.

Ik had Johnny de avond tevoren gevraagd of hij bij de TV-opname aanwezig wilde zijn. Hij zei dat hij dat nog niet wist. Dat betekent: “Nee” voor mij, maar die ochtend, vlak voor het vertrek, zei hij dat hij wel mee wilde. Hij wilde zich alleen nog even scheren en omkleden. Sorry, Johnny, je hebt je kans gehad. Dus vertrok ik met Pierre en André. Johnny kwam later achter me aan naar het TV-station, maar op het kritieke moment, toen iemand ons uit de wachtkamer kwam halen, was Johnny aan het telefoneren. Ik zei hem nog dat hij moest kappen, maar hij kwam pas nadat het hele interview al klaar was, dus had hij de reis helemaal voor niets gemaakt.

Hij vergezelde me naar het Solino-kamp en was erbij toen ik uit mijn vel sprong tegenover de comité-leden: André en Pierre hadden hun werk niet mogen doen omdat we de plek niet “gereserveerd” hadden. In bijzijn van 10 patiënten werd ik verschrikkelijk kwaad en spuugde er precies uit wat ik dacht, namelijk dat de comité-leiders niets meer waren dan een stel inhalige hebberikken die zich geen snars interesseerden voor het welzijn van de kampbewoners. Al smeulend liep ik het kamp uit met de jongens achter me aan die me nauwelijks konden bijhouden, maar niet nadat ik had gezegd dat ik de volgende dag terug zou komen voor de patiënten, en dat als iemand zou willen zien hoe een tijger een leeuw aan reepjes scheurde, dat hij dan morgen vooral moest komen, want dan had hij groot kans dat mee te maken.

Die middag, nadat ik wat afgekoeld was en mijn verstand weer de overhand kreeg, belde ik het kamphoofd en zei dat ik wilde praten. Dus hij kwam naar het centrum waar ik hem uitnodigde voor een lekker ijsje. Hij mocht uitzoeken wat hij wilde en koos meteen de grootste emmer – zo eentje die je voor een heel gezin zou kopen. Toen ik zei dat dat teveel was en dat hij het nooit op zou krijgen, nam hij genoegen met een dubbel bolletje. (Toen ik Pierre Aliodor een paar dagen later op een ijsje trakteerde, koos hij direct het kleinste, want het was toch wel duur, vond hij.) Ik verklaarde het kamphoofd dat we waarschijnlijk een communicatie-probleem hadden en dat het beeld dat we van elkaar hadden onjuist was. Ik zei dat ik geen grote organisatie vertegenwoordigde en legde hem mijn financiële situatie uit. Maar ik kon me zijn frustratie voorstellen, met al die hulporganisaties die hun werknemers een uitstekend westers salaris betalen, terwijl de Haïtianen niet veel geld in handen kregen. Ik stelde voor dat de comité-leden 100 gourds zouden krijgen voor het verspreiden van het middel – dat had ik in het eerste kamp ook al gedaan als iemand een ochtend aan het druppelen was geweest. Wel, we gingen uit elkaar met stevige handdrukken en de belofte dat alles de volgende ochtend van een leien dakje zou gaan. En zo ging het ook! Ik ben alleen nog vergeten op te noemen dat André had gehoord dat het hoofd van de kampbewoners op zijn kop had gekregen en dat ze ons heel graag weer terug wilden hebben en ons van een tent om in te werken zouden voorzien. (leuk, een “hoofd” dat op zijn “kop” krijgt!)

Die tent, op donderdagochtend, bleek een veel geschikter plek dan die van dinsdag, met een verharde vloer, een grote tafel, een stel banken en wat stoelen en aan één kant open. Precies wat we nodig hadden! Hij was ook nog eens buiten bereik van de stank van de toiletten, dus wat wil je nog meer! We begonnen met ons werk en het ging gladjes. En bijna iedereen kwam terug! Het liep zelfs storm! Ik kwam er achter dat een heleboel mensen voor het eerst waren gekomen. Die scheidde ik van de rest en gaf ik de druppels, met de mededeling dat ze meteen moesten vertrekken en morgen weer terugkomen. Met een half uurtje hadden we weer rust in de tent. “Ben ik geen kunstenaar?”, vroeg ik André. “Inderdaad, dat ben je”, zei hij.

De resultaten van het middel waren een beetje teleurstellend die dag, maar dat was veranderd op vrijdag, en ze waren fantastisch op zaterdag! Dito van de MP3 en, ik moet het eerlijk toegeven, ook van sommige mensen die placebo hadden gekregen, maar niet helemaal zo overtuigend als van de druppels en de MP3. En van de placebogroep waren er lang niet zoveel terugkomers als van de twee andere groepen. Op zaterdag schoot ik 65 (!) videootjes als bewijsmateriaal, en wat de patiënten zeiden werd door Pierre vertaald in het engels. Iedereen die die dag kwam had de keus uit druppels of MP3. Natuurlijk kregen de placebo-klanten de echte druppels, met de mededeling dat ze de volgende week nog twee herhalingen konden krijgen van de mensen van het kamp-comité. En er waren mensen die MP3 hadden gekregen, die geen druppels wilden, ja, ze wilden ze wel, maar ze wilden vooral nog een keer naar de MP3 luisteren! Dus die MP3 deed ‘t!

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Nico

Actief sinds 02 Juni 2009
Verslag gelezen: 557
Totaal aantal bezoekers 55285

Voorgaande reizen:

08 Juni 2010 - 06 Juli 2010

Het aardbevingstrauma in Haiti

05 Juli 2009 - 07 Augustus 2009

Een nieuw middel tegen Aids

Landen bezocht: